Heupdysplasie en de Pennhip methode
een interview en uitleg van drs. Maarten Kappen, aangevuld door Laura Loeve
Wat is heupdysplasie?
Het begrip dysplasie komt uit het oud Grieks en betekent misvorming. Het is een ontwikkelingsstoornis waarbij in 1e instantie na de geboorte tijdens de groei speling ontstaat tussen de heupkop en de heupkom. De kop ligt niet mooi aangesloten in de kom tijdens het staan en de beweging. Daarbij spelen allerlei faktoren een rol. Te noemen zijn: de gewrichtsbanden, de bespiering rond het heupgewricht, de gewrichtsvloeistof en ook de vorm en de stand van kop en kom. Is er veel speling dan ontstaat er een verhoogde slijtage, die men ook wel arthrose noemt. In het algemeen kan je zeggen dat het gewricht op den duur stijver wordt, minder bewegingsmogelijkheden heeft, en veel gevoeliger of zelfs pijnlijk wordt.
Wat kun je aan de hond merken?
De te losse heup kan al vanaf 4 maanden leiden tot pijnlijkheid, kreupelheid en afwijkend gangwerk. Een hele slungelige en zwakke gang kunnen deze honden vertonen. Veel blijven liggen en moeilijk opstaan is een veelgehoorde klacht. De achterhand blijft achter in ontwikkeling, in tegenstelling tot de voorhand die juist door de verhoogde belasting sterker ontwikkeld wordt. De belangrijkste veranderingen bij de oudere hond zijn, voortvloeiend uit de arthrose, terug te voeren op stijfheid, een verhoogde gevoeligheid of pijnlijkheid. Het moeilijker opstaan en niet meer willen springen of traplopen is vaak opvallend. De hond blijft veel meer liggen en is minder aktief gedurende de dag. Soms kan dit leiden tot karakterveranderingen: humeuriger tot zelfs afwerend zijn, niet aangeraakt willen worden in de achterhand. Uiteindelijk kun je verlies van bespiering in de achterhand zien, hetgeen de situatie nog verder verergert.
Engelse Cocker Spaniels en HD
Omdat de Engelse Cocker Spaniel een relatief lichtgewicht hondje is (10-17 kg, afhankelijk van de grootte en de lichaamsbouw van de hond) vertoont een Cocker met HD weinig problemen. Pas in een later stadium zien we verlies van bespiering, glijdt de hond wat makkelijker uit als hij snel een bochtje neemt, staat wat moeizamer op en loopt wat slungeliger dan voorheen. Van slechts zeer weinig gevallen is bekend dat een Cocker zoveel pijn had dat de eigenaar de hond heeft laten opereren of zelfs in laten slapen. Uit een afstudeerproject van A. Verschueren is gebleken dat HD voorkomt bij de Engelse Cocker Spaniel, maar dat dit pas met rontgenologisch onderzoek naar voren kwam en de honden dus klinisch geen klachten hadden.
Op de website van de OFA (Orthopedic Foundation for Animals) is te vinden dat 5,6% van de Engelse Cocker Spaniels (in Amerika) dysplstisch.
Het rontgenologisch onderzoek
De uiteindelijk diagnose wordt bevestigd door het maken van rontgenopnames van het heupgewricht. Traditioneel, al meer dan 30 jaar, wordt hiervoor de hond op zijn rug gelegd en de achterbenen parallel aan de tafel naar achteren getrokken, waarbij de knieschijven precies midden op het bovenbeen worden geprojecteerd. Dit is de standaardpositie I volgens het FCI en Hirschfeldstichting protocol.
 |
| HD-positie 1 |
Je kunt hierbij de mate van arthrose aan beide heupgewrichten vaststellen (misvorming aan de kop en kom, extra botwoekeringen), en een indruk vormen van de aansluiting cq speling van de heupgewrichten (Norbergwaarde meten en berekenen).

|
De Norbergwaarde
Van beide heupkoppen (1) wordt het middelpunt bepaald en deze middelpunten worden verbonden met een lijn. In beide heupgewrichten wordt vanuit dit middelpunt een lijn langs de voorste rand van de heupkom (2) getrokken. De hoek (3) die beide lijnen in het middelpunt van de heupkop met elkaar maken, minus 90, geeft de Norbergwaarde van het betreffende gewricht. De Norbergwaarden van linker en rechter gewricht bij elkaar opgeteld geeft de "som Norbergwaarden", die op het rapport vermeld is. |
Men heeft deze methoden ook al jarenlang gebruikt om preventief in het kader van verantwoord fokken vast te stellen of een hond HD gevoelig is of niet. Er daarbij van uitgaand dat er een hoge erfelijkheidsfaktor is voor HD en dat we dus een verbetering kunnen krijgen als we maar screenen en vervolgens selecteren op de besten.
Problemen van het huidige rontgenologisch onderzoek
Dit brengt ons direkt bij de grote valkuil van het diagnostiseren van HD: het blijkt dat de bovenbeschreven methode in de diverse landen verschillend wordt uitgelegd, wat tot grote onduidelijkheid en ergernis leidt in de fokkerij, en erger nog, er is inmiddels een overdaad aan wetenschappelijk bewijs dat èn deze methode onvoldoende in staat is speling van het heupgewricht vast te stellen èn dat hiermee de mogelijkheden in het kader van de fokkerij zeer beperkt zijn.
Een ander belangrijk probleem bij het screenen is dat niet alle honden worden gecontroleerd. Soms worden bijvoorbeeld uit een nest alleen diegenen gescreened waarmee gefokt wordt, of waarmee naar een show gegaan wordt. De genetische eigenschappen van de andere nestgenoten zijn ook van belang voor de fokwaarde van de gescreende honden!
Daardoor zijn we de afgelopen jaren niet of nauwelijks vooruit gekomen in de bestrijding van HD.
Nieuwe methode met meer zekerheid en meer mogelijkheden
In 1983 is Dr. Gail Smith begonnen met een onderzoek naar een methode waardoor beter en op jongere leeftijd de oorzaken voor het ontstaan van HD vast te stellen zijn. HD ontstaat doordat er speling op een gewricht zit. Dat wordt veroorzaakt door losheid van spieren en banden of door de gewrichtssamenstelling. Die speling leidt tot artrose, een van de belangrijkste gevolgen van heupdysplasie.
De speling die tijdens de normale beweging en belasting zoals het dragen van het eigen gewicht ontstaat, noemt Smith de functionele speling. Functionele speling is de primaire factor waaruit HD ontstaat. Hieruit blijkt eens te meer dat HD niet te wijten is aan één aanwijsbaar gen, maar aan een complex geheel van geërfde aanleg en invloed van de omgeving.
Sinds een tiental jaren is er een nieuwe methode, de Pennhip methode, genoemd naar de Universiteit van Pennsylvania waar veel wetenschappelijk onderzoek is verricht naar Hd en waar deze methode ontwikkeld is, om door middel van rontgenfoto's de gevoeligheid voor HD vast te stellen. Hierbij wordt nauwkeurig de speling tussen heupkop en heupkom gemeten. Zoals we weten is dit de belangrijkste faktor voor het ontstaan van HD: het niet goed aansluiten van kop en kom.
Hiervoor worden een drietal opnames gemaakt van de hond in rugligging met de achterbenen loodrecht op de tafel. Dit is de positie waarbij de grootst mogelijke speling gemeten kan worden. Er wordt een opname gemaakt met behulp van een distractor tussen de beide achterbenen zodat de heupkoppen maximaal uit de kom worden bewogen (de distractie opname), en een opname waarbij de koppen maximaal in de kom worden gedrukt (de compressie opname). Een derde opname wordt gemaakt om de mate van eventuele arthrose vast te stellen. Dit is de traditionele standaardpositie I opname.
Distractie en compressie.
Om die functionele speling bij benadering te kunnen meten, bedacht men dat de röntgenfoto's in andere posities genomen moesten worden; meer in overeenkomst met de normale belasting van de heupen. Na veel onderzoek kwamen de wetenschappers tot de conclusie dat de speling het beste gemeten kon worden met behulp van foto's in drie posities.
De hond wordt hierbij op de rug in een bak gelegd, net als nu. Alleen worden bij de nieuwe methoden de benen loodrecht ten opzichte van de tafel omhoog gebracht, zodat ze in volmaakte rust verkeren. "We meten vanuit een neutrale positie, er staan geen krachten op. Biomechanisch is de neutrale positie gedefinieerd als tien tot dertig graden strekking, tien tot dertig graden abductie en nul tot tien graden externe rotatie", somt hij moeiteloos op. Voor de eerste foto worden vervolgens met behulp van een zogenaamde distractor de benen iets uit elkaar gedrukt. Hierdoor kan de maximale speling tussen de heupkom en de kop van het dijbeen gemeten worden. Het lijkt nogal cru, maar we gaan ervan uit dat goed opgeleide artsen weten hoever ze kunnen gaan.
Iedere distractor heeft een nummer dat meegefotografeerd wordt. Zo is altijd te achterhalen wie een bepaalde hond geröntgend heeft. Zowel deze distractie-opname als de tweede foto, de compressie-opname, maakt men in de stand met de achterbenen loodrecht boven de heupen.
Bij de tweede foto worden de benen iets naar elkaar toegedrukt met behulp van twee kunstofrollen zodat de uiteindes van de dijbenen maximaal in de kom worden gedrukt. Nu heeft de dierenarts de twee uitersten die zich voor kunnen doen gefotografeerd: de maximale speling in de distractie-opname en de maximale samendrukking in de compressie-opname. Deze twee uitkomsten kunnen verwerkt worden in een index.
Een index is een getal dat onafhankelijk is van millimeters, hoeken of andere meeteenheden. "Die index loopt van nul tot een", zegt Kappen, "nul wil zeggen: helemaal geen speling en een wil zeggen dat er een maximale speling op zit: de heup ligt er helemaal uit."
Het indexgetal is ook onafhankelijk van het ras of de grootte van de hond. Zo kan de stand van zaken ten aanzien van HD tussen de verschillende rassen vergeleken worden.
Speling maskeren.
De eerste twee foto's zijn dus van de hond op zijn rug met zijn achterbenen recht omhoog. De derde röntgenfoto komt overeen met de standaardfoto van de huidige methode: met de benen gestrekt naar achteren. Overigens wordt momenteel alleen deze derde foto door de Orthopedic Foundation of Animals (OFA) in Amerika en in landen als Duitsland en Frankrijk geaccepteerd. "Deze foto wordt met name gebruikt om de mate van artrose vast te stellen", gaat Kappen verder. "Het is trouwens bekend dat bij het strekken van de poten en het iets naar binnen draaien van de knieën er netto inwaartse krachten ontstaan die mogelijke speling in feite maskeren."
 |
 |
 |
uitgestrekt |
distractie |
compressie |
Deze foto's zijn alledrie van dezelfde hond. De eerste foto is met de uitgestrekte achterpoten. Zo op het oog zien de heupen er goed uit; de kop valt goed in de kom en er is geen slijtage aan het bot te zien. Maar bij de distractie-opname komt een heel ander beeld naar voren. Er zit een behoorlijke speling tussen kop en kom. De compressie-opname laat zien dat de kop ver in de kom geduwd kan worden. De heupen van deze hond vormen toch een losser geheel dan op de standaardfoto te zien is.
Bewezen is dat met name de distractie-opname een tweeëneenhalf keer nauwkeuriger beeld geeft dan bij de bestaande methode het geval is."
Distractie Index
Het delen van de distractiemeting en de compressiemeting door de diameter van de bovenbeenkop geeft de distractieindex (DI). Dit maakt de meting onafhankelijk van leeftijd en grootte van de hond.
De Distractie Index (DI) is (samen met de de Compressie Index) een meting van de laxiteit (losheid/speling) van het heupgewricht. Het is geen pass/fail(alles of niets)-score. De DI is een cijfer dat traploos oploopt van 0 (super-strak) tot 1 (super-los). Het geeft dus een cijfer aan de laxiteit van de heupen. De DI is een indicatie van het percentage "uit de kom' dat de heupkop is. Bijvoorbeeld een DI van 0.58 betekent dat de heupkop voor 58% uit de heupkom komt, een DI van 0.75 is 75% uit de kom enzovoorts. Maar waarom is het zo belangrijk de DI te weten? Uit onderzoek is gebleken dat de DI (de laxiteit dus) de grootste (aanwijsbare) risicofactor is voor het ontwikkelen van HD en het is een indicatie voor de erfelijkheid.
Wat PennHIP-onderzoek heeft laten zien is dat er een verband is tussen een op jonge leeftijd gemeten DI en het later ontwikkelen van HD. Honden met een DI lager dan 0.3 (dus met heupen minder dan 30% los of "uit de kom") bleken op een gemiddelde leeftijd van 20 maanden geen HD te hebben ontwikkeld. De conclusie uit dit onderzoek (waarbij 50% van een totaal van 142 onderzochte honden een DI kleiner dan 0.3 had) was: bij een gemeten DI van 0.3 of lager op 4 maanden is er geen of nauwelijks risico tot de ontwikkeling van HD later. Vandaar dat PennHIP 0.3 als algemene veilige fokgrens aangeeft. Omgekeerd bleek uit dat onderzoek ook dat een DI groter dan 0.3 niet altijd betekent dat HD wordt ontwikkeld, op hun grafieken is duidelijk te zien dat het risico toeneemt naarmate de DI toeneemt.
De DI kan dus worden gezien als een risicofactor voor het ontwikkelen van HD. Hoe groter (op 4mnd) de DI (dus hoe meer laxiteit) hoe groter het risico om HD te hebben ontwikkeld op 3-jarige leeftijd.
Bij de Engelse Cocker Spaniel is de DI 0,55.
Kritische grens.
Eigenaren die hun honden met de Pennhip-methode laten röntgenen zijn verplicht de gegevens in te sturen naar de databank. In Amerika heeft men inmiddels een databank opgebouwd waarin de gegevens van zo'n 15.000 honden van allerlei rassen zijn verwerkt. Per ras is op deze manier vast te stellen hoe de situatie ten aanzien van heupdysplasie ervoor staat.
Bij de Barsoi bijvoorbeeld ligt de gemiddelde index tussen 0,2 en 0,3. Dat houdt in dat Barsois weinig tot geen speling op de heupen hebben. De kritische grens voor de distractie wordt theoretisch gelegd bij 0,3. Maar met behulp van de verzamelde gegevens kan men nu per ras afwegen met welke indexwaarden wel, nog net wel en niet meer gefokt mag worden. (duitse herder 0.6)
Zou de theoretische grens van 0,3 aangehouden worden dan zouden er bij sommige rassen geen honden meer overblijven om mee te fokken. De gehele balk van bv. De Airedale Terrier bevindt zich rechts van de gewenste theoretische 0,3 distractiewaarde. Bij zulke rassen kan men bv. Beslissen om veertig of vijftig van de honden aan de linkerzijde van de balk wel te gebruiken voor de fokkerij en de anderen uit te sluiten.
Voordelen van de Pennhip methode
Het belangrijkste voordeel van de Pennhip methode is het meetbaar en herhaalbaar zijn van de speling; het is niet subjektief maar objektief. Het hangt dus niet af van het land of de verschillen tussen de beoordelaars, en is niet een alles of niets verhaal: de waarde wordt niet weergegeven als een Hd positief of Hd negatief met enige gradaties, maar als een getal tussen 0 en 1. Bij 0 ligt hij volledig in de kom en bij 1 volledig uit de kom. De hond wordt hierbij vergeleken met het gemiddelde van zijn rasgenoten. Je kunt dus per ras afwegingen gaan maken.
Een ander heel groot voordeel is de leeftijd waarop je de opnames kunt maken. Vanaf 4 maanden is er met zeer grote zekerheid vast te stellen of de hond Hd zal ontwikkelen of niet.
Gevoegd bij de hoge erfelijkheidsfaktor van de distractieindex (DI), die op 0,60 wordt gesteld voor bijvoorbeeld de Duitse Herder, kun je hier in de fokkerij dus ook wat mee.
Toekomst
Iedereen in de kynologie wil het probleem van de Hd zo snel mogelijk de wereld uit helpen: het veroorzaakt een groot leed bij de hond en bij de eigenaar. Daarnaast is er sprake van een groot verlies van inspanning, tijd en geld bij alle betrokkenen. De Pennhip methode kan een oplossing zijn, mits door alle officiele instanties en kynologen gesteund, om dit doel te bereiken.
Bij de traditionele methode gaat men uit van een erfelijkheidsfactor van 0,22. Bij de nieuwe methode gaat men er gemiddeld vanuit dat er 0,65 erfelijkheidsfactor zit. Dit is allemaal uitgebreid wetenschappelijk onderzocht en vastgesteld. Het gevolg van die veel grotere erfelijkheidsfactor bij het gebruik van de Pennhip-methode is dat er nu per ras een gericht fokbeleid voor het verder terugdringen van HD uitgestippeld kan worden.
Kosten
De kosten van de Pennhip-methode liggen hoger dan die van de reguliere methode. Dat is logisch omdat er drie i.p.v. één foto gemaakt moeten worden en de hond onder volledige narcose gaat. Er hoeft echter niet meer betaald te worden voor de beoordeling in Amerika, dat zit bij de prijs inbegrepen.
Ik (Laura Loeve) heb inmiddels een van mijn Cockers laten testen en heb de uitslagen naar de Raad van Beheer en Amerika laten sturen. Hiervoor was ik totaal 250,00 (ex BTW) kwijt (Pennhip en officiele HDfoto's), en moest nog 31,75 afdragen aan de Raad van beheer. De uitslag uit Amerika had ik twee weken na het onderzoek al thuis gestuurd gekregen. De uitslag van de Raad liet langer op zich wachten.
met dank aan drs. M. Kappen, www.duitseherder.com, Heupdysplasie HD hond heup artrose en PennHIP Forum Nederland, drs. A. Verschueren
|